11 november 2009

09 november 2009

Impa en het mannetje op de trap

Halverwege de trap woont een mannetje. Hij zit daar en giechelt. Ik weet niet of hij echt zit: misschien zweeft hij wel of is hij aanwezig of zit hij een beetje verspreid geplakt rond de muren en het plafond. Ik weet niet hoe dat precies werkt bij dat soort mannetjes. Maar hij woont dus op de trap en hij doet je pijn. En daar giechelt hij dan om. Met pretoogjes. Als je de trap oploopt, geeft hij je een zetje omhoog zodat je je hoofd stoot aan het veel te lage plafond. Als je de trap afkomt, laat hij je uitglijden op je sokken en je een paar treden naar beneden stuiteren op je hielen. En als je bij het op- en aflopen van de trap heel voorzichtig bent omdat ze jou niet zomaar te grazen nemen, zorgt hij dat je jezelf bij het praten in je gezicht krabt of dat je jezelf in je oog steekt met iets wat je in je handen hebt.

Hij doet dat omdat hij vindt dat je jezelf te serieus neemt. Omdat je zo hard werkt en probeert om het leven voor jezelf en anderen zo aangenaam mogelijk te maken. Omdat je je zorgen maakt om het milieu, het grote leed en de algehele energiehuishouding der dingen. Dat vindt hij zelf ook allemaal heel belangrijk, maar hij weet ook dat je er af en toe even afstand van moet nemen. Of hij vindt dat er een ander perspectief in je schuilt dat erom vraagt eens flink losgeschud te worden. En daarom doet hij je pijn en dan lacht hij heel hard.

En als je dan verontwaardigd om je heen kijkt, zie je hem op de trap zitten gniffelen. Met pretoogjes. Dan ben je heel even afgeleid van het grote geheel der dingen en met beide benen terug in je lijf. En dan kun je weer verder. Naar boven, waar het maanlicht door het raam schijnt, of naar beneden, waar de vaatwasser spint.

Dan wrijf je over de zere plek, schud je je hoofd, voel je de pijn en lach je even om jezelf. Als je doorloopt, lach je ook even naar het mannetje.

En dan geef je hem een ferme rotschop.

07 november 2009

Hoe er een pimpelmees naar Impa werd vernoemd

Naast Impappelflappen (jammie) bestaan er nu ook Impimpelmezen. Ja, beste mensen, tsjilpt u nog maar eens van opwinding. Het is heus waar. Dat kwam zo: Manon wilde graag nog meer literaire prijzen winnen. En om marketingsgewijs de mensen een beetje aan te zetten tot stemmen op haar boek Izzy Love, loofde ze als beloning de vernoeming van één van haar 14 goudvissen uit. Succes gegarandeerd, dat weet iedereen in de marketing- en reclamewereld. Nu heb ik zelf liever niet dat er een goudvis naar mij vernoemd wordt, dat ligt nogal gevoelig en is een lang verhaal vol zijsporen en uitweidingen waar ik u niet mee lastig zal vallen, maar of ze ook pimpelmezen had. En wat bleek? Dat had ze. Een heel nest. Waarvan er nu dus één officieel Impa heet. Een Impimpelmees! Ladiedadieda!

03 november 2009

Impa zegt tsjilp

Was u al zat van de tuin van Impa? Nee? Mag ik dan deze pimpelmees even met u delen? Er zijn er nog veel meer van, ook met rode borstjes en kole meesjes. Het is hier een drukte van jewelste. 

De foto is van mijn lief. Die is hier fotografiegewijs de onbetwiste pimpelmeester.

27 oktober 2009

Impa en de mooie dingen

Impa googelde "mooie dingen zijn goed voor de ziel" en kreeg geen hits. Zo kan het niet langer. Want mooie dingen ZIJN goed voor de ziel en het zou fijn zijn als ook de googelende medemens daaraan herinnerd zou blijven. 

Morgen hang ik met de geleende boor - die wordt geleverd met twee paar bijbehorende spierballen inclusief gezelligheid, ook inzetbaar in de herfsttuin - dierbare lijstjes en schilderijtjes op in mijn nieuwe huis. Na jaren in een doos krijgen ze in de nieuwe ruimte van leven weer een eigen stukje muur. Zodat ik tussen de wanden kan gaan zitten glimlachen - want dat moet ik nou eenmaal steeds in dit huis - en kan voelen dat mooie dingen inderdaad goed zijn voor de ziel. 

Maar het kan ook andersom. Dingen die goed zijn voor de ziel zijn ook mooi. Neem bijvoorbeeld het urenlang vasthouden van een heel klein jongetje. Laten we zeggen een jongetje van een week of twee oud, met een groen mutsje op, dat slaapt, gaapt, fronst, in zijn slaap mijn vinger grijpt en heel lekker ruikt. (Mijn lief zegt dat die geur speciaal is ontworpen om vrouwen te bedwelmen: nou, dat werkt dus.) Dat vasthouden van zo'n jongetje helpt het hele energiesysteem aarden, hup de grond in met die wortels, tot de hele boel weer op z'n plek zit. Als dat niet goed is voor de ziel dan weet ik het niet meer en verhip: dat jongetje was vandaag het prachtigste schepsel dat ik ooit heb gezien.

PS. Poezen die fluitend om zich heen kijken en ondertussen met een pootje je beschuit met muisjes van je schoteltje trekken omdat je net even niks kunt doen vanwege twee armen vol slapende pasgeborene, zijn niet goed voor de ziel. 
PS.PS. Hoewel ik daar eigenlijk de schoonheid ook wel weer van inzie. De besnorhaarde smiecht. 

25 oktober 2009

Slaap, Impa, slaap

Impa wil iets schrijven over het kleine, witte kamertje met het grote, witte bed. Het kamertje waar een witte lamp voor is uitgezocht en waar een diepbruine plank komt te hangen boven de witte dekenkist. Het kamertje waar de dierbaarste stenen en de mooiste bloemen op de bruine plank zullen worden gelegd en waar roze takken op de muur zullen worden geschilderd die zich 's nachts, in de sluimer waarin alles mogelijk is, zacht wuivend zullen uitstrekken boven het bed waar ze de slapende vrouw zullen toeritselen in haar dromen; almaar verder, veilig, verder, toe maar, toe maar. Droom maar.

Waar zich buiten het raam de wijnranken over de vensterbank krullen, hoog boven de tuin, tegenover de vlinderboom, precies daar waar 's ochtends de vogels het eerst beginnen te fluiten.

Want daar, in het kleine, witte kamertje met het grote witte bed, wordt iedere ochtend iemand wakker met een glimlach op haar gezicht. 

Maar misschien valt er wel helemaal niet over te schrijven en is dat kamertje alleen te vangen in die glimlach. 

Zo zacht. Licht. Rustig.

21 oktober 2009

Impa vindt lachen leuk

(aangetroffen bij 1meter98)